|
zaterdag 20 augustus
2005 |
|
Gewoon wegvaren met andermans bootje |
|
| Van onze verslaggeefster Hedi de Vree |
Botendetective speurt in opdracht van politie en verzekeraars naar gestolen sloepen en jachten |
WEESP/BEVERWIJK - Steeds vaker worden pleziervaartuigen gestolen, vorig jaar ruim duizend. Het wordt de dieven bepaald niet moeilijk gemaakt. ‘De meeste boten liggen met twee knopen vast.’ |
|
‘Die is kapotgereden’, zegt Menno den Drijver (36) met een blik op de resten van de gele wielklem. Den Drijver, van Den Drijver Experts in Weesp, is nautisch onderzoeker. Dat wil zeggen dat hij naar gestolen boten speurt. ‘Ze hebben met de trailer heen en weer gereden om het ijzer te buigen. Eenmaal gebogen sla je die klem zo kapot en rij je weg.’ Joop en Robert Sjoers, vader en zoon (60 en 33), staren naar de zwarte bandsporen op het wegdek. Ze staan met de botendetective op het erf van een boerderij aan de rand van Beverwijk. Tot de diefstal stond hun speedboot hier gestald. ‘Samen gekocht’, zegt vader Joop. ‘Zoiets is in je eentje niet te betalen.’ In zijn hand houdt hij een brokstuk van een TNO-gekeurd slot dat hij in de bosjes heeft gevonden. Steeds vaker worden pleziervaartuigen gestolen. Vorig jaar verdwenen volgens de Koninklijke Landelijke Politiedienst (KLPD) 1012 boten. De politiek rekent op een cijfer van 1200 in 2005. ‘Dat is ongeveer één op de 250 privéboten’, rekent Den Drijver voor. ‘Vooral sloepen worden dit jaar gestolen, vorige maand dertien keer. Ik schat dat van alle sloepeigenaren 10 procent wel eens met diefstal te maken heeft gehad.’ De botenjager speurt al vijftien jaar in opdracht van verzekeraars en politie naar gestolen boten. Hij gaat gekleed in een spijkerbroek en bergschoenen. Alleen het pasje in zijn binnenzak verraadt dat deze man een detective is. Zijn zoektocht begint met het verzamelen van aanwijzingen op de plek van de diefstal en een gesprek met de eigenaar. ‘Daarna is het een kwestie van geluk en tips. En ouderwets speuren. Vaak ga ik gewoon rondrijden, op zoek naar goede plekken om een boot te verstoppen. Ik weet ze te herkennen: gesloten gebieden waar ’s nachts niemand komt, of afgelegen watertjes. Als ik een gestolen vaartuig vind, dan bel ik de politie. Zij nemen de boot in beslag. Dat gebeurt gemiddeld twee keer per week.’ ‘Zestig tot zeventig procent van grote boten vinden we terug. Die zijn moeilijk te verstoppen. Van sloepen vinden we veertig of vijftig procent terug. Allemaal in Nederland, want geen ander land wil ze. Rubberbootjes? Die gaan direct in een busje het land uit. Met geluk vinden we vijf of tien procent.’ Den Drijver: ‘Ik heb zelf een keer een boot uit een jachthaven gestolen, gewoon midden op de dag. Ik wilde een vriendin laten zien hoe gemakkelijk het is. Iedereen zwaaide vriendelijk toen ik in mijn gejatte boot door de haven voer. De meeste boten liggen met twee knopen vast. De gemiddelde fiets is beter beveiligd dan een jacht van veertigduizend euro.’ Robert Sjoers haalt een enorme rode map en een dikke envelop uit de auto en overhandigt die aan de man die zijn speedboot moet zoeken. ‘Ik heb er een cd-rom met foto’s in gedaan. En alle bonnen en registratiepapieren.’ ‘Een nieuw registratiebewijs is allang aangevraagd’, zegt Den Drijver. Vader en zoon kijken hem vol onbegrip aan. Den Drijver: ‘Je hebt niets nodig om een nieuw registratiebewijs te krijgen. Elk postkantoor geeft dat af, zonder verder vragen over de boot te stellen.’ Vader Joop kan zijn verslagenheid niet langer verbergen: ‘Vier jaar lang hebben we aan die boot geklust. En net voor Sail pikken ze hem.’ Menno den Drijver stapt weer in de auto, steekt een sigaret op, en laat zijn blik op het erf vallen. Hij zwaait naar vader en zoon Sjoers die net de grote weg opdraaien. ‘Dit is de perfecte plek voor een diefstal.’ Hij wijst met zijn brandende sigaret naar het industrieterrein aan de overkant. ‘Dieven rijden ’s nachts nooit ver met een boot. Ze zetten hem altijd binnen vijf of tien kilometer binnen. Ze huren van tevoren een garagebox of een loods. Die speedboot hoef je niet in het water of in een haven te zoeken. Vorige maand zijn in deze omgeving nog een paar boten gestolen. Volgend jaar staan ze allemaal op internet, met een nieuw kleurtje en een ander registratienummer. Ik moet dat industrieterrein eens goed bekijken.’ Maar hij moet verder, naar de kop van Noord-Holland waar een buitenboordmotor is gestolen. ‘Er gaan verhalen over Poolse bendes die in een vakantiehuis een stapel gestolen motoren hebben.’ |
|